info

terminology


Marver

(from French marbre, “marble”) (Noun) A smooth, flat surface on which softened glass is rolled, when attached to a blowpipe or pontil, in order to smooth it or to consolidate applied decoration. (Verb) To roll softened glass on a marver.

source Corning Museum of Glass

— - — - 

in dutch:
Een gietijzeren gepolijste plaat voor het ‘welzen’ van glas (walsen) om het gekeide glas beter te hechten aan pijp of ‘pontie (pontil)’. Ook om het te ‘stellen’ voor er in de vorm geblazen wordt; ook om geblazen glas cylindrisch of spits te walsen enz. en voor het opnemen van bijvoorbeeld gekleurde scherfjes, glasdraadjes e.d op de ‘porst’;
‘stellen’ is het verdelen d.m.v. walsen van de eerste lucht in de porst, om bij het blazen een dunne bodem, gelijkmatige wanddikte of een dikke bodem te bereiken, door respectivelijk konisch walsen, cylindrisch walsen of spits walsen van de porst;

source Lexicon Sybren Valkema

— - — - 


dutch term
Welzenblik