creatie
maakproces
(kunst)historie
glasbenamingen
ontwerp & maakproces

creatie

(kunst)historie

Noot vooraf: de pagina’s / teksten die onder deze rubriek te vinden zijn, zijn niet volledig. Er zijn enkel onderwerpen aangestipt, omdat ze een relatie hebben met een object uit de gidsgroep van Museum Boijmans van Beuningen. Voor meer volledige informatie kunt u bijvoorbeeld Corning Museum of Glass, Nationaal Glasmuseum, bronnen, Wikipedia etc. raadplegen.

Waarom geen historie of kunsthistorie

a. Omdat het ook de mogelijkheid wil openlaten voor andere objecten van glas. Vlakglas, wetenschappelijke instrumenten etc.
b. Omdat historisch ook verwijst naar de specifieke geschiedenis van een object (object biografie).

Bij de gidsobjecten is een keuze gemaakt uit beschikbare kunsthistorische informatie die belangrijk is voor de conserveringsdiagnose. Maar ook is eventuele informatie toegevoegd over de verzamelgeschiedenis of omgevingsfactoren uit het verleden (“bodemvondst”) of andere historische gebruikscontexten.


De ontdekking van het kleurloze, heldere glas

Glas wordt gemaakt van zand, soda en kalk. Door toepassing van deze natuurlijke grondstoffen komen er ook impuriteiten mee in het glas. Zo geeft ijzer het glas vaak een gelige of groenige tint. Dat zien we bijvoorbeeld bij de groene roemers uit de middeleeuwen of het blauwgroenige Romeinse glas.

Aan het eind van de 12e eeuw verzamelden glasblazers zich in de lagunes van de Italiaanse stad Venetië om nieuwe technieken te ontwikkelen, recepten te delen en het glasblazersgilde op te richten. Aan het einde van 13e eeuw mochten de glasblazers nog maar op één eiland werken: Murano. Dit om te voorkomen dat de hele stad, die op houten palen is gebouwd, zou afbranden als er iets misging met de hete glasovens.

De glasblazers op Murano zochten naar de manier om glas zo kleurloos en transparant mogelijk te maken. Hiermee wilden ze het kostbare en heldere bergkristal imiteren, waar prachtige kroonluchters en tafelstukken mee waren gemaakt. Rond de 15e eeuw lukten het de glasblazers op Murano om transparant en kleurloos glas te maken. Dit glas kreeg de naam ‘cristallo’ en verwijst hiermee naar het bergkristal.

Venetiaans glas was enorm populair, en de stad wilde de recepten geheimhouden. Buitenlandse glasblazers waren niet welkom en Venetiaanse glasblazers die vertrokken, riskeerden straf. Toch probeerden glasblazers elders het na te maken. Deze glazen heten à la façon de Venise, wat ‘op de manier van Venetië’ betekent.

De ontdekking van loodglas

De ontdekking van het loodglas kunnen we toeschrijven aan George Ravenscroft, die aan het einde van de 17e eeuw door toevoeging van loodoxide een prachtig helder, kleurloos glas wist te maken. Dit glas was makkelijker te bewerken en leende zich goed om geslepen te worden. Tegenwoordig hebben we strenge regels ten aanzien van loodglas, waarbij we op Europees niveau hebben afgesproken dat alleen glas dat minstens 30% lood bevat volloodkristalglas genoemd mag worden. Er is ook nog sonoorglas (minstens 2,45 % lood) en loodkristal (minstens 24% lood). Dit is in de VS anders!

De ontwikkeling van de Studio Glass Movement

Het studioglas, ofwel glas gemaakt in de studio van een glasmaker als een autonoom object, is ontstaan in Amerika. Tot het eind van de jaren vijftig vorige eeuw werden autonome glazen objecten voornamelijk door kunstenaars ontworpen, uitgevoerd door de glasblazers. Glas was nog geen populair materiaal om autonoom in te werken. Andries Copier was een van de eerste in Nederland, die eind jaren twintig begon met het ontwerper van vrijer en autonoom werk, nog wel altijd in herkenbare (vaas) vormen en initiator van de ‘Leerdam Unica’. Deze objecten waren aanvankelijk het resultaat van experimenten die hij samen met meester-glasblazer Gerrit Vroegh (1874-1940) uitvoerde om de mogelijkheden van het materiaal te onderzoeken. De fabriek nodigde net als in die tijd in Scandinavië en elders kunstenaars en ontwerpers uit om dit soort experimenten met meester-glasblazers en technici, productontwikkeling en ‘Unica’ te maken.

Door de inzet van kunstenaars in het productieproces werd er een groter beroep gedaan op de ambachtslieden in de glasfabriek, A.D.Copier richte in 1940 de Glasschool Leerdam op, een interne vakopleiding voor decoratie en ontwerp, om de vakbekwaamheid van de glasblazers en glasslijpers vaan de Glasfabriek te verhogen. Ook ontwerpers die aan de fabriek verbonden waren, zoals Floris Meydam (1919-2011), Willem Heesen (1925-2007) en Gerard Thomassen (1926-2004) volgden er lessen. Er werden zowel praktijkvakken, zoals slijpen, graveren, schilderen en etsen, als vaktheoretische lessen als schijkunde, kunstgeschiedenis en boetseren gegeven. Sybren Valkema (1916-1996) die in 1943 het leerplan schreef, was later ook als freelance-ontwerper aan de fabriek verbonden, en doceerde ‘Aesthetische vorming’.
Aanvankelijk voerden de leerlingen van de decoratiecursus ontwerpen uit van Copier, Meydam en Valkema, later maakten ze zelf ook ontwerpen.
Eind jaren zestig zorgde de komst van de eigen gebouwde kleine glassmeltoven er voor dat kunstenaars niet meer afhankelijk waren van een glasfabriek; ze konden nu in eigen studio naar eigen inzicht met glas werken. Pionier op dit vlak in Nederland was Sybren Valkema, die zelf in Leerdam de beperkingen van het werken in fabrieksverband had ervaren. Valkema was vanaf 1943 verbonden aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam (de latere Rietveld Academie). Hij had zelf een glasoven gebouwd in 1965 en was in 1967 gestart met de Werkgroep Glas, die uitgroeide tot een kweekvijver van vernieuwende glaskunstenaars. Terwijl in de Glasfabriek Leerdam de vaasvorm het uitgangspunt was en bleef, gingen de vrije glaskunstenaars ook vrij vormgegeven objecten in glas maken. Zij waren ontwerper en uitvoerder tegelijk, in tegenstelling tot de functiescheiding tussen ontwerper en glasblazer in de fabriekssituatie.

De Amerikaan Harvey K. Littleton, van oorsprong docent keramische vormgeving, ging in 1957 op reis naar Venetië om daar de technieken van het glas maken te bestuderen. Terug in Amerika bleef hij gefascineerd door het materiaal en de wens om zelf te experimenteren op locatie. In 1962 ontmoette Littleton tijdens een glassymposium Dominique Labino, hoofd onderzoeker van een glasfabriek gespecialiseerd in glasvezel. Labino hielp Littleton met het maken van een kleine smeltoven, branders en een koeloven. Vanaf dat moment kon Littleton zijn eigen glas maken in een autonome en vrije vorm. De kunstenaar kon nu zelf experimenteren, het materiaal voelen en zijn eigen ontwerp uitvoeren. Dit was een enorme openbaring en vergrootte de creativiteit enorm. Marvin Lipofsky en Samuel J. Herman waren een van de eerste studenten van Littleton die ook met vrij glas gingen werken.
Tijdens het internationale congres van de World Crafts Council in New York in 1964, demonstreerde Littleton buiten het congresgebouw met zijn mobiele gasoventje het maken van vrij glas. Glasontwerpers uit de hele wereld zagen zijn demonstraties en waren razend enthousiast. Velen hanteerden voor het eerst in hun leven een blaaspijp. Op deze plek ontmoetten Willem Heesen en Sybren Valkema Littleton en raakten geïnspireerd door zijn manier van werken. Valkema nam zijn opgedane kennis mee terug naar Nederland en richtte In 1965 de glasafdeling van de Gerrit Rietveld Academie op. Deze was in 1969 volledig in bedrijf als eerste in Nederland en Europa. Hierdoor werd de Gerrit Rietveld Academie heel belangrijk voor de ontwikkeling van het naoorlogse studioglas in Nederland en Europ. Veel bekende kunstenaars volgden hier hun opleiding.

De moderne glastechnologie

Otto Schott is belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de moderne glastechnologie. Samen met Carl Zeiss en Ernst Abbe richtte hij de Glastechnisches Laboratorium Schott und Genossen op, dat later het Jenaer Glaswerk Schott & Gen. werd. Het tegenwoordige Schott AG is nog steeds gevestigd in Jena, Duitsland.
Roni Horn heeft werk gemaakt in samenwerking met Schott.


Roni Horn, Opposites of White, 2006-2007   COLLECTIE Kröller-Müller Museum

Charles Kao publiceerde in 1966 een artikel over het potentieel van glasvezel als communicatiemiddel. In 2009 ontving hij de Nobelprijs voor natuurkunde. Samen met het Amerikaanse bedrijf Corning inc. perfectioneerde hij de signaalopbrengst van de glasvezel. Kunstenaar Yvette Kaiser Smith borduurt haar werken met glasvezel.


Yvette Kaiser Smith, Pascal’s Bridges, 2018, Crocheted fiberglass with polyester resin, nylon spacers

Kunstenaars laten zich soms inspireren door nieuwe ontwikkelingen in de glastechnologie. Zo heeft het Luxar coating proces, dat wordt toegepast voor het maken van het zogenaamde museumglas, Raphael Hefti geïnsprireerd. Hij maakt in zijn werk gebruik van glasplaten, waarbij kleureffecten zijn gecreëerd door metaaldampen die onder stroom en vacuum op het glasoppervlak hechten.


Raphael Hefti, Launching Rockets Never Gets Old, 2012, Installation view at Camden Arts Centre   ©Raphael Hefti

bronnen
Glass of Venice, History of Murano Glass
Corning Museum of Glass, Q. What is the history of clear or colorless glass? - Ask a Glass Question
Fransje Kuyvenhoven, Gekregen! Aanwinsten van de Staat 1990-2010, Amsterdam University Press, 2011